

In 2006 heeft Minister Veerman bekend gemaakt 500.000 euro uit te trekken voor onderzoek naar een alternatief voor het gebruik van antibiotica.
Onder de werktitel Fyto-V is door het RIKILT, Instituut voor Voedselveiligheid en onderdeel van Wageningen UR, in october 2006 een project opgestart dat beschikbare fytotherapeutische middelen in kaart brengt, test en selecteert op praktische bruikbaarheid.
Achtergrond voor dit initiatief vormt de zorg over het sterk toenemend antibioticagebruik (12% stijging in 2005) in de totale Nederlandse veehouderij en de Europese regelgeving ten aanzien van medicijngebruik binnen de biologische landbouw.

Hierin wordt voorgeschreven dat “chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen” (o.a antibiotica) slechts gebruikt mogen worden als er geen werkzaam alternatief middel beschikbaar is. Door de matige werkzaamheid van de gangbare beschikbare alternatieve middelen, grijpen de biologische veehouders te vaak terug op antibiotica en andere reguliere diergeneesmiddelen, hetgeen ongewenst is.
Maurice Steverink, kennismanager van Bioconnect (kennisnetwerk biologische landbouw en voeding):
“Er is grote behoefte aan alternatieven en dit vakgebied staat nog maar aan het begin van zijn ontwikkeling. Eigenlijk onbegrijpelijk. Met dit project hebben we de mogelijkheid om fytotherapie in Nederland echt op de kaart te zetten en een flinke doorstart te maken.”
Kees Beukelman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie:
“Vanuit onze doelstelling: het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek naar fytotherapie, kan ik dit project alleen maar toejuichen. Zowel de humane als de diergezondheidszorg moeten kritisch kijken naar het aanbod en het kaf van het koren zien te scheiden”.
Uitvoerders van het project zijn: